Odyssee

“Daar iets verder op, bij het eiland lijkt het echt te waaien, dan kunnen we eindelijk de laatste mijlen toch zeilen” zeg ik opgetogen tegen Thomas. We zijn rond het middaguur vertrokken uit de baai van Pylos. Na een prachtige wandeling aan de noordkant van de baai waar we geankerd hebben in een omgeving die lijkt op de reclame van Bounty (maar dan zonder kokosnoten) of die, om een moderner predicaat te gebruiken, ‘Instagram-waardig’ is. Ons anker ligt in 10 meter diepte, zo’n 80 meter van het strand. Om naar de kant te gaan voor de wandeling van ruim 3 uur naar het Venetiaanse fort op de heuvel met daarachter de grot waar Nestor zijn koeien had verstopt (Homerus’ Ilias*), moesten we dus eerst 80 meter water overbruggen. Omdat de bijboot opgeruimd op het dek ligt en we geen zin hebben deze in elkaar te bouwen, overwegen we met ons nieuw aangeschafte SUP-board naar het strand te gaan. Maar ja, die wordt misschien makkelijker gejat, en wat dan? Thomas wil sowieso liever niet op het SUP board meeliften dus hij geeft aan te gaan zwemmen. Of ik zijn wandelschoenen, telefoon en T-shirt kan meenemen? Ik kijk nog een keer naar de afstand tot het strand en besluit om ook te gaan zwemmen, de kleren, schoenen en telefoon kunnen in een waterdichte zak en die drijft gewoon met ons mee naar de kant. Potje zonnebrand, water en een appel erbij en klaar. Zo gezegd, zo gedaan. Na 10 minuten staan we op het strand, lopen even tot we droog zijn en schieten dan kleding en schoenen aan. We volgen het pad langs de baai, de heuvel op en binnen het uur lopen we het fort binnen. Waanzinnige uitzichten, imposante muren, en voorlopig weinig andere wandelaars.

Als we het fort aan de andere kant uitlopen begint een steile, met lijnen gezekerde afdaling naar de grot van Nestor. Ook deze is indrukwekkend, met zijn hoge ingang en enorme afmetingen binnen heeft hij hier waarschijnlijk heel wat koeien kunnen verstoppen. We genieten nog even van het prachtige uitzicht voor we de terugtocht aanvangen. Terug op het strand liggen er her en der al wat zonaanbidders die verbaasd opkijken als wij schoenen en kleding in de waterdichte tassen proppen en aan de zwemtocht naar Luna beginnen. Als we via de zwemtrap aan boord klimmen staan er nog een paar te kijken, dat hadden ze niet verwacht, we lijken wel een toeristische attractie. Om de show compleet te maken halen we het anker op, rollen de genua uit en varen weg richting de uitgang van de baai.

Buiten de baai worden we getrakteerd op een flinke deining die dwarsscheeps op Luna staat, de beloofde wind is er niet. Na een uurtje heftig heen en weer slingeren naderen we Methoni, met een wederom Venetiaans fort op de landtong. De Venetianen, die het in dit gebied langdurige periodes voor het zeggen hadden, hebben op meerdere plekken op de zuidelijke Peloponnesos forten ge- of herbouwd om de scheepvaart op de route van en naar de Levant goed is de gaten te houden. Ze worden ook wel aangeduid als ‘De ogen van Venetië’. We laten Methoni links liggen, het weer is rustig en de voorspellingen goed (genoeg) om achter het eiland Sapienza, iets zuidelijk van Methoni in een alweer idyllische baai, te ankeren. Bij het eiland komt dus eindelijk wind! En de golven zijn weg zodra we aan de lijzijde van het eiland komen. Het is ondertussen laat in de middag en we zijn gewend dat de wind dan nog wat aantrekt. Al snel reven we de genua en varen op een puntje zeil met bijna 30 knopen halve wind de 4 mijlen tot de ankerbocht. Die ligt goed beschut voor bijna alle winden en golven, tussen 2 landtongen en een rotsachtig eiland voor de uitgang. Als we de baai indraaien is het even zoeken naar een goed punt om het anker te laten zakken. Er is zeegras (Posidonia) en daar willen we ons anker niet in gooien. Daar zijn twee redenen voor: Posidonia is essentieel voor het ecologisch evenwicht van de zeeën en door het anker er in te gooien trek je er grote plukken uit. In steeds meer landen rond de Middellandse zee is er een actief beschermingsprogramma voor Posidonia.  Een tweede reden om niet in begroeide zeebodem te ankeren is dat het anker zich slecht ingraaft, waardoor de boot makkelijk gaat krabben, dat wil zeggen: met anker en al achteruit wegvaart. De eerste ankerpoging mislukt, het anker ligt weliswaar in zand maar graaft zich niet in, en bij het binnenhalen trek ik toch een pluk groen mee, oeps, dat is niet goed! Bij de tweede poging graaft het anker wel goed in op een diepte van 7 meter en gooien we 35 meter ketting uit, het waait behoorlijk achter dit eiland. De wind komt over de berg heen gerold, en de voorspelde 17 knopen worden op deze manier 33 knopen. We maken er nog een grapje over: het overkomt ons vaker dat we pas bij aankomst veel wind krijgen en dat helpt om het anker goed in te trekken en rond zonsondergang gaat de wind uit en liggen we goed vast. Dat is nu dus anders… Na het avondeten, BBQ met wat groente, brood en worstje, lijkt het niet veel rustiger. We zitten weliswaar al uren muurvast aan ons anker maar het probleem is het rotsige eiland iets achter ons. Als we loskomen van ons anker liggen we in een mum van tijd op de rotsen, veel marge hebben we niet.

We leren hier de eerste harde les over de kapen van de Peloponnesos, de voorspelde wind is om de kapen 2-3 x zo sterk, zeker als er een hoge rotswand aanwezig is. De voorspelde 14- 17 knopen weren er dus meer dan 35 bij vlagen. We slapen weinig tot niet, proberen om de beurt ‘ankerwacht’ te houden maar de wind krijst en rukt aan de Luna en houdt ons beiden wakker. Ik weet niet of we Poseidon boos gemaakt hebben, misschien die pluk posidonia? Bij de eerste ochtendgloren starten we de motor, takelen het anker op en varen de baai uit. Wederom hebben we flinke wind achter het eiland, maar gelukkig geen golven. Krap 4 mijl verder valt de wind weg, een andere wereld gaat open. Bij Methoni, en paar mijlen noordelijk, waar we ook hadden kunnen ankeren heeft het waarschijnlijk nauwelijks gewaaid. Zo verandert een idyllische Instagram-Bounty baai in een panorama waar we liever niet in terecht hadden willen komen. Al moet gezegd worden: het was er prachtig! Maar ik geloof niet dat ik er in alle consternatie een foto van heb gemaakt.

Even terug in de tijd, Thomas laatste blog eindigde op weg naar Lefkas waar we hadden afgesproken met de Jera, Melanie en Udo. Dat waren leuke dagen, herinneringen ophalen en ervaringen uitwisselen onder genot van een maaltijd en een ‘paar’ biertjes! En de eerste meters suppen op onze nieuwe aanwinst.

Op aanraden van Mel en Udo gaan we verder noord, naar Preveza om daar de Golf van Amvrakikós te verkennen. Deze binnenzee is een beschermd natuurgebied waar verschillende rivieren in uitmonden en bekend staat om de grote diversiteit aan vogels en zeedieren. We zien er dolfijnen, pelikanen, en schildpadden. De wind blaast overdag lekker door en maakt het zeilen leuk, in de nacht vinden we rustige baaien waar we goed slapen, zwemmen en aan land kunnen voor een wandeling, boodschappen op de markt of het immer aanwezige Venetiaanse Fort kunnen bezoeken.  Na een ruime week op de golf van Amvrakikós vullen we de watertanks, doen we de was en boodschappen vanaf een ligplaats aan de kade in de toeristische stad Preveza. We hadden beter moeten oppassen waar we aanlegden, de gokhal pal voor onze boot houdt ons tot diep in de nacht wakker met de riedeltjes, belletjes en jackpot tunes☹

Tijd om te vertrekken uit de gekte: we gaan zuidwaarts! Het ronden van de Peloponnesos is ons volgende doel, de tocht in tegengestelde richting als Odysseus hem voer. De mythes rond de kapen zijn legio, en maar een klein deel is een geruststellend verhaal. Maar we willen het met eigen ogen aanschouwen. Via Meganisi, Messolonghi en Zakynthos zeilen we in dagtochten zuidwaarts, langs mooie ankerplaatsen, soms druk bevaren zeeroutes, met veel of weinig wind. Na vertrek van het toeristische eiland Zakynthos varen we tegen de avond de haven van Kiparissia binnen, we zijn op de Peloponnesos, onze Odyssee richting de kapen is begonnen.

Voor onze trouwe volgers: we lopen wat achter met ons blog. Op het moment van publicatie zijn we alweer een flink stuk richting noorden aan de oostzijde van het Griekse vasteland, naast het eiland Evia (Evvoia) . We zullen proberen de achterstand enigszins in te lopen nu we in rustiger vaarwateren zijn aangekomen.

*Rond 700 v.Chr. bereikte de traditie van het verhalen vertellen zijn hoogtepunt met de Ilias en de Odyssee. Beide epen worden toegeschreven aan de dichter Homerus. **Nestor (Oudgrieks: Νέστωρ Γερήνιος, Nestōr Gerēnios) is in de werken van Homerus de koning van Pylos en zoon van Neleus. Op hoge leeftijd nam hij nog deel aan de oorlog tegen Troje, waar hij, als de oudste en meest ervaren onder de Griekse vorsten, beschouwd werd als hun algemeen gewaardeerde en gerespecteerde raadsman, vermaard om zijn wijze woorden en gedachten. (bron: wikipedia).
Het hoe en wat over het koeienverhaal blijft onduidelijk. Website Pylos.info schrijft: “According to myth, Hermes hid the 50 cattle stolen from Apollo in this very cave”. Maar dit is een andere mythe en er zijn meer plekken tot ver op het Griekse vasteland die claimen dat deze koeien daar verstopt werden.

Plaats een reactie