‘Ongelooflijk hé, het is 19 juli, topdrukte in Griekenland en we liggen hier alleen in een verlaten baai op een prachtig eiland’ jubelt Mayte. ‘We zijn blij als we af en toe in de verte hier een boot voorbij zien zeilen, maar het is heerlijk ver weg te zijn van alle drukte’. We zijn inderdaad op zijn minst verwonderd over de ‘verdeling’ van de drukte op de Egeïsche Zee. Hier op Lemnos is het in de meeste baaien ‘deserted’, vrij vertaald: eenzaam, verlaten, ruig, droog en zandkleurig. Het eiland kenmerkt zich door kale rotsen, zandvlaktes, oude lavasteen en de afwezigheid van bossen. Alleen rond de kustplaatsen Myrina en Moudros zijn wat begroeide zones, schaduwrijke boulevards en wat toerisme.



In de loop van de ruim 2,5 week die we op dit eiland doorbrengen komen we er achter dat het ontbreken van veel zeilboten een reden heeft: om de paar dagen blaast een uitloper van de Meltemi over het eiland, en hoewel er altijd een zeer goed beschutte baai voor handen is om te schuilen, is het daar best eenzaam als je drie dagen aan je boot gekluisterd zit omdat zelfs zwemmen al een oefening voor gevorderden is bij bijna 30 knopen wind (7 Beaufort). Varen met de bijboot naar het dichtstbijzijnde verlaten strand is ook een hobbelige aangelegenheid en biedt niet veel vertier.

Maar gelukkig zijn we niet alleen! We zijn naar Lemnos gezeild vanaf Chalkidiki, zo’n 50 mijl westelijk, om tijd te kunnen doorbrengen met onze vrienden Mayte en Niels van de Muskat, die we voor het laatst eind april op Kefalonia zagen. Zij varen hier al een maand rond en houden van foilen, een surfbord en een los zeil waarbij je met veel wind uit het water wordt getild, daar heb je dan wel wat wind voor nodig. We vermaken ons met z’n vieren uitstekend gedurende 10 dagen: we wandelen in de vroege ochtend naar een prachtige kerk in een grot (Panagia Kakavioutisa), doen zeilwedstrijden, zwemmen en SUPpen, bereiden heerlijke maaltijden aan boord, spelen Rummikub en gaan uit eten wanneer de gelegenheid zich voordoet. Met pijn in ons hart nemen we afscheid, zij gaan verder oostwaarts en in het najaar terug naar Sicilië, wij gaan terug naar Chalkidiki om daar de laatste warme weken van de zomer door te brengen. Misschien zien we elkaar volgend jaar weer terug of anders het jaar erop. Het is één van de lastigste dingen van het zwervend bestaan, afscheid nemen van mensen die we onderweg treffen en met wie er een bijzondere band is ontstaan.





De Meltemi is een harde tot stormachtige noordenwind die in de zomer over de Egeische Zee blaast. Deze wind ontstaat door een lage drukgebied boven Turkije en een hoge drukgebied boven de Balkan. Op het heetst van de dag bereikt hij snelheden van meer dan 40 knopen (8 bf) in een dikke baan vanaf de Balkan in het noorden van Turkije tot voorbij Kreta in het zuiden.

Met name de eilandengroepen Cycladen en Sporaden hebben hier veel wind van. Tegen deze wind in zeilen is een onmogelijke opgave, voor de wind is makkelijker maar ook een dolle rit. Sinds onze aankomst in de Egeische zee, voorbij de Peleponessos, zijn wij beland in het spelletje, hoe komen we Noord? De Meltemi blaast ‘normaal gesproken’ een paar dagen lang, dan een dag of twee niet, maar deze zomer lijkt dat allemaal wat anders. Behalve sporadisch een dagje met wat minder wind zien zij vanaf begin juli de Meltemi non-stop doorpoeieren en het is zoeken naar een weervenster om de kritieke punten voorbij te zeilen, we gaan immers naar het noorden. De grootste uitdaging vormt Kaap Sounion, aan de oostelijke punt van het schiereiland van Athene. Wij zijn vanuit Monemvasia in een paar snelle dagtochten langs Hydra bij Poros beland en de volgende etappe gaat langs Sounion, de golf van Evia in. En we hebben ‘geluk’, er is een windstille dag en zonder enig probleem varen we bijna 70 mijlen, langs de kaap en daar voorbij zo noordelijk mogelijk onder Evia.
Pijn doet het wel, we kunnen behalve de laatste 2 uur niet zeilen en voelen ons spelbrekers door de motor zoveel uren te draaien. Het blijft een lastig dilemma, motor aan of niet… we zijn natuurlijk onderweg met een zeilboot om te zeilen en nemen dat best serieus. Ook al gaan we langzaam vooruit proberen we het aanzetten van onze motor zo lang mogelijk uit te stellen. Voorwaarde is wel dat we ergens aankomen in veilige omstandigheden, bijvoorbeeld voor slecht weer of voor het donker in lastige ankerplaatsen of havens. In de loop van de zomer vertrekken we meermalen in de avond, een nacht op zee zonder haast en met goede wind geeft voor een tocht van meer dan 50 mijl rust, we komen dan altijd bij daglicht aan en in de nacht blaast de Meltemi minder hard dan overdag. Dat we dan een nacht weinig slapen nemen we tegenwoordig op de koop toe, we hoeven niet naar ons werk en kunnen de dagen erna genoeg tijd vinden om bij te slapen!


Vanaf Kaap Sounion, met de indrukwekkende tempel van Poseidon er op, varen we de Golf van Evia in (Evvoiekos Kolpos) tussen het vaste land en het eiland Evia (of Evvoia of Euboea). Het eiland, en de zeestraat er onder, is zo’n 180 kilometer lang en het is er prachtig!




Hoge bergen met oneindige pijnboombossen naast prachtig diepblauw tot turquoise water, verlaten eilandjes, af en toe een dorp of stadje, weinig scheepvaart en mooie ankerplekken maken het een prima tocht. De wind komt onder invloed van de Meltemi meestal uit noord en om onze reis wat langer te laten duren perst de wind zich tussen de berghellingen aan weerszijden door en hebben we deze vrijwel continue recht van voren. Opkruizen dus, en als we het zat zijn stoppen we in één van de vele ankerbaaien voor een frisse duik, rustige namiddag en een mooie zonsondergang. We hebben geen haast en de volgende dag hijsen we de zeilen voor de volgende mijlen richting de noordwest punt van Evia.



Halverwege komen we aan bij het stadje Chalkis. Hier is een smalle doorgang, tussen het eiland en het vasteland, van 40 meter breed met een brug er overheen. Dagelijks, afhankelijk van de getijden en de stand van de maan perst zich door deze engte een enorme hoeveelheid water. We leren hier pas het bijzondere verhaal over deze doorgang, met zijn harde en soms onvoorspelbare stroomversnellingen. De doorgang heet het kanaal van Evipros, en heeft als bijnaam ‘Crazy water of Chalkis’. Het mysterie van de wisseling van de noord en zuidwaartse stromingen speelt zich vooral af rond doodtij, bij halve maan, 2 x per maancyclus dus. Dan is het regelmatige schema van 6 uur noordwaartse- en 6 uur zuidwaartse stroming volledig van de leg en is het moeilijk te voorspellen wanneer de kentering precies zal plaatsvinden. Eviprus, een man uit de Griekse oudheid naar wie het kanaal vernoemd is, verdronk in het kanaal na jarenlang zoeken naar een verklaring voor deze onregelmatige en heftige stromingen. Ook de grote Griekse filosoof, Aristoteles, die familie in Chalkis gehad zou hebben, heeft de plek bezocht en om het fenomeen te bestuderen. De snelheid van de stroom in de engte kan oplopen tot ver boven de 7 knopen (12 km/uur). Voor zeiljachten is het een onmogelijke opgave om tegen deze stoom in te varen. Om toch een regelmatige doorvaart te garanderen hebben ze daar in Chalkis iets op bedacht: de brug gaat ’s nachts open voor zowel beroeps- als pleziervaart. Tussen 21.30 en 3.00, afhankelijk van het tij. Op het laatste stukje stroom vanuit zuidelijke richting passeren de boten van zuid naar noord en na de kentering (gedurende 8 minuten stroomt het dan niet) de scheepvaart uit tegenovergestelde richting
Om een doorvaart te krijgen moeten we ons aanmelden bij de Port Authorities. Na het invullen van een uitgebreid document met alle scheepspapieren (verzekering!) en betaling van 37 euro worden we op de lijst geplaatst voor de doorvaart maandagnacht. We krijgen instructies om vanaf 21.30 uur de marifoon op kanaal 12 standby te hebben en zodra we worden opgeroepen moeten we ons klaarmaken voor de doorvaart die dan binnen 20 minuten zal plaatsvinden. Luna bevind zich op de ankerplaats net zuidelijkwestelijk van de brug tezamen met nog zeker 15 andere zeilboten waarvan we vermoeden dat de meeste met ons mee zullen varen. Om 21.30 zetten we de marifoon aan, na een uurtje beginnen de eerste zenuwachtige schippers al oproepen uit te zenden hoe lang het nog gaat duren, en om 2.30 beginnen dan eindelijk de oproepen voor de brugpassage en klinkt ook het verlossende bericht: Luna, make ready for passing!! We halen het anker in het pikkedonker op en varen voorzichtig naar de brug, daar is het opnieuw wachten tot we aan de beurt zijn, de lijst wordt eerst nog één voor één afgewerkt maar omdat dat blijkbaar te lang duurt roepen ze de rest op om met gepaste afstand van elkaar de brug te passeren. In een keurige rij en met flinke snelheid, de laatste stroom vanuit zuid is nog altijd fors, spoelen we om 3.00 ’s morgens de gekke wateren van Chalkis door. Iets voorbij de brug is een kade waar we kunnen aanleggen. Daar waren we met vooruitziende blik een dag ervoor al naartoe gelopen om te kijken of het daar veilig afmeren was. Gelukkig is het niet aardedonker, de vele straatlantarens zetten de kade in voldoende licht om veilig te kunnen afmeren. We slapen nog een paar uur, kijken nog één keer om naar de indrukwekkende stroming onder de brug en zetten onze tocht onder Evia voort, zoals altijd tegen de wind, opkruizend en blij dat we hier geweest zijn!



Na 3 zeildagen bereiken we Port Orei, aan de noordkant van Evia. Hier leggen we Luna aan de stadskade en genieten een week lang van het leven aan de kade. De setting is prachtig, direct achter de kade waar we aan vast liggen is een mooi zandstrand waar we een paar keer per dag een duik nemen, op het strand staan douches waar we ons ongelimiteerd kunnen afspoelen. Het rustige en wat slaperige stadje heeft een leuke boulevard met zeer betaalbare tavernes, een bakker, wasserij, supermarkt, viswinkel en slager. Als het na een week weer begint te kriebelen, zeilen we verder naar de Noordelijke Sporaden en kort daarna naar Chalkidiki. In de komende blogs zullen we over deze gebieden zeker meer schrijven. We hebben besloten de zomer door te brengen in dit gebied en behalve ons uitstapje naar Lemnos zal de attente lezers en volger onze boot hier zien rondtoeren. De Meltemi bepaalt waar ons anker kunnen laten zakken, welke route we varen en bij temperaturen van > 30 C houden wij ons gedeisd. Behalve het hoofd en de voeten koel houden en zo ontspannen mogelijk de dag doorkomen hebben we even geen doel meer.







Plaats een reactie