In de afgelopen jaren zijn we regelmatig op zeilvakantie geweest. Omdat vakantiedagen beperkt waren konden we vaak niet langer dan 4 weken op stap. Voor bestemmingen als de Oostzee was dat een mooie tijd maar helaas hield de wind zich zelden aan onze planning. De heen- en terugreis door de Duitse bocht was vaak lastig. Met westelijke wind heen en oostelijke wind terug was alles prima, omgekeerd was het op zijn zachts gezegd niet fijn. Meerdere keren zijn we met te veel wind uit de verkeerde richting gevaren om op tijd op ons werk te verschijnen na afloop van de vakantie. Er zijn ook zeilers die hun werkgever bellen dat ze het niet halen. Onze werkgevers waren daar waarschijnlijk niet blij mee geweest en als plichtsgetrouwe werkpaarden hebben we dat nooit durven overwegen.
Eén van de mooie dingen van een lange zeilreis, met alle tijd van de wereld, is voor ons dat we nooit meer de zee op hoeven terwijl we eigenlijk geen goede wind hebben…. Zeilen wordt daardoor altijd leuk en ontspannen! De praktijk is natuurlijk wel wat weerbarstiger, minder rooskleurig dan het klinkt en blijkbaar ook iets wat we moeten leren.


Eenmaal in zuid-Bretagne, aan Golf van Biskaje, staat opeens de oversteek naar Spanje op het programma. Dat is een flink stuk varen, afhankelijk van vertrek en eindpunt tussen de 200 en 300 zeemijlen. Natuurlijk hebben we ‘geen haast’, kunnen wachten op mooie wind en beginnen dan ook aan rustige dagtochten langs de Bretonse zuidkust. We varen de rivier de Odet op waar we in het leuke dorpje Sainte Marine een paar dagen verblijven. We maken mooie wandelingen langs de kust, nemen het pontje met de andere toeristen naar Benodet en schrijven aan het blog. We vervolgen onze tocht via Kernevel naar Ile de Houat. Op het laatste traject trekt de wind flink aan, de depressie boven de Altlantische Oceaan en Engeland doet ook de wind en de golven in de Biskaje flink toenemen. Dat geeft ons een voorproefje van wat we kunnen verwachten tijdens de oversteek. Aan de Oostkant van Houat vinden we een mooie beschutte baai waar we vier dagen blijven. De bijboot brengt ons naar het prachtige zandstrand. Op het eiland wonen weinig mensen, 222 om precies te zijn, aangevuld met toeristen maar dat zijn er niet echt veel. Er zijn wat kleine hotelletjes en vakantiehuisjes maar geen auto’s. Gelukkig wel een kleine supermarkt en wat restaurantjes en natuurlijk een prachtig kustpad rondom het eiland. In de etappes verkennen we het grootste deel van het 5 km lange eiland. Het is er prachtig!


Omdat het weer nog steeds wat ingewikkeld is, het waait of erg hard of vrijwel niet, gaan we verder oostwaarts naar Ile d’ Yeu. Daar begint het echt te kriebelen om naar Spanje te gaan. We hebben dan wel tijd maar we willen ook verder. We bestuderen dag na dag de weerkaarten, puzzelen en rekenen om een goed weervenster tussen de depressies, die zich om de zoveel dagen vanuit west presenteren, met voldoende oostenwind te vinden om de oversteek naar Santander te maken. Gewend als we zijn om doelen te zetten en te halen, om te presteren en te kunnen zeggen: We did it! vergeten we te genieten van het hier en nu. Daarnaast speelt natuurlijk ook mee dat we dit lastige stuk achter ons willen hebben: de golf van Biskaje is berucht bij harde winden uit west en de horrorverhalen zijn legio! Vanuit Ile d’Yeu vertrekken we richting Santander meteen voorspelling voor weinig wind maar na een paar uur motoren over hoge deining besluiten we af te buigen richting Les Sables d’Olonne. Het vooruitzicht 40 uur op de motor te moeten varen is niet wat we willen. We beseffen uiteindelijk wat ‘een zeiler met tijd heeft altijd goede wind’ betekent: de tijd nemen tot de wind uit de goede richting komt en zolang genieten van wat er is.


Gelukkig is Ile de Re, iets zuidelijker, een prima plek om de tijd te vullen: we ankeren een paar nachten bij het eiland en laten ons ‘opsluiten’ in de haven van Saint Martin de Re. De invaart van de haven valt bij laag water vrijwel droog, pas 2 uur voor hoog water kun je er naar binnen. De haven heeft een sluisdeur die dan open gaat en de boten die wegwillen naar buiten laat. Vervolgens kunnen de nieuwe boten er in en gaat de deur weer dicht. De ruimte is zeer beperkt, maar dat is geen probleem: we worden in pakketten aan elkaar vastgelegd in de kleine havenkom, tot 5 boten dik waardoor je bijna over de boten aan de andere kant aan wal kunt. We liggen in goed gezelschap van Britse pensionado’s: een uiterst beleefd en humorvol volk, we vermaken ons alleen al met het luisteren van hun conversaties over de relingen… Voor de verandering maken we op dit eiland een fietstocht, het is te groot om te voet in een dag te verkennen. Op te kleine huurfietsen gaan we met honderden andere toeristen over de fietspaadjes door een soort moeraslandschap waar zoutwater in en uit stroomt. Er zijn zoutvelden, mooie dorpjes met markten en duinen aan de westkant van het eiland. Tegen de avond wordt het tijd om de fiets in te leveren en dat is maar goed ook, fietszadels zijn we niet meer gewend! De dag van vertrek begint een soort stoelendans met boten die uit de haven willen en die willen blijven, de havenmeester probeert een en ander in goede banen te leiden en met de goedgehumeurde Britten lukt dat aardig.


Op 14 juli genieten we van het vuurwerk en het feestgevoel in La Rochelle en nemen daar een paar dagen rust en voorbereidingstijd want eindelijk heeft zich een mooi weervenster gepresenteerd voor de oversteek van de Golf van Biskaje: we gaan!
De voorspelling geeft voor de eerste uren weinig wind en zal daarna aantrekken naar 3-4 Bf uit Noord- noordoost en uiteindelijk noordwest. Geen depressies en geen hoge golven! We rekenen en plannen en krijgen hulp van ‘onze man aan de wal’ die op afstand (vanuit Groningen) meekijkt.

Op maandag 17 juli om 6 uur vertrekken we! We varen zo’n 9 uur op de motor en zijn opgelucht als die uit kan: wat een rust! We zeilen zoals gepland iets richting west om de wind goed in de zeilen te houden en voor het donker wordt veranderen we de koers in zuidelijke richting. Als het donker wordt varen we van het continentale plat, de diepte verandert van 100 meter naar zo’n 2 kilometer. Daar voel je meestal niets van maar precies hier trekt de wind ook aan. Van een gezellige 16-18 knopen gaat het naar 22-26-28 knopen. Als de windmeter de 30 aantikt kunnen we er niet meer onderuit: er moet een rif in het grootzeil. Het is inmiddels 1 uur ’s nacht, de golven zien we niet maar horen en voelen ze des te meer. Aan boord is het leven gereduceerd tot stand ‘zitten’ of ‘liggen’, iets anders lukt niet meer. We zetten het rif gelukkig vlot en het voelt meteen een stuk beter, hoewel we nog steeds hard gaan. De boot lijkt het niet te storen, ze doet wat ze moet doen: doorvaren. Met flinke snelheid surft ze van de golven af, bij elke golf de kont de lucht in zodat er geen spatje water de kuip in komt, en de boeg richting zuid. Er is weinig te zien behalve flinke witte schuimkoppen waar Thomas opeens erg van schrikt omdat hij er een ijsbeer in herkent! Vermoeidheid of hallucinaties? Als het licht wordt gaat Thomas een uurtje slapen. Hij heeft onvermoeibaar de hele nacht wacht gehouden en alles onder controle gehad. Met daglicht durf ik het ook weer alleen aan, en zowaar neemt de wind af! Tegen 9 uur moet zelfs de motor weer aan maar 2 uur later komt de wind terug uit noordwestelijke richting waardoor Santander weer bezeild is. De rest van de dag verloopt rustig, we slapen om beurten nog een uurtje en om 19 uur varen we de baai van Santander binnen waar een schooltje dolfijnen ons verwelkomt! We did it! 213 mijlen in 37 uur! Omdat we wat niet in een rechte lijn konden varen hebben we wel 10 mijlen meer gemaakt dan gepland. Wat een tocht! Ik moet eerlijk bekennen dat ik in de nacht meermalen heb gedacht dat ik hier nooit meer in terecht wilde komen. Nooit eerder heb ik ons zo overgeleverd gevoeld aan onszelf: er is niemand die hier iets voor je kan doen als het misgaat. Aan boord blijven, geen verwondingen oplopen en de boot heel houden is essentieel. Langzaam kwam er onderweg een soort berusting en acceptatie. De boot deed het, wij bleven rustig en erger kon de wind niet meer worden gezien de weersvoorspelling. En zo was het: er ging niets kapot, we bleven aan boord, Luna zeilde door alsof en niets aan de hand was en bracht ons mijl voor mijl richting onze bestemming: Spanje!
‘Sailing Luna around’ werd ‘Luna sails us around’



Geef een reactie op Linda Wolf Reactie annuleren