We zijn in Spanje! Daar hebben we lang naar uitgekeken. Ons eerste ‘doel’ van deze zeilreis. Voor Erica is het ook een gevoel van ‘thuiskomen’. In het verleden heeft zij ruim 11 jaar in Spanje gewoond en gewerkt, kent de taal, de gewoonten en dat maakt het leven hier aangenaam. Thomas ziet het aan en vindt het gewoon leuk. Frans of Spaans is voor hem hetzelfde: een vreemde taal waar hij weinig van begrijpt maar doet zijn best om Spaanse woorden te leren. We zullen waarschijnlijk wel een poosje is Spaanse wateren blijven dus dat loont!


Vanuit onze eerste haven, Santander, varen we westwaarts langs de Costa de Cantabria. Deze kust is indrukwekkend: de rotsen komen recht uit zee. De Golf van Biskaje is tot kort voor de kust een paar kilometer diep en gaat dan stijl omhoog. De kustlijn is vaak een loodrechte wand waar je vlak langs kunt varen, tenzij er ook nog andere rotspunten boven of onder water uitsteken. Landinwaarts gaat het verder flink omhoog naar bergtoppen van meer dan 2500 meter die hemelsbreed nog geen 50 kilometer uit de kust liggen: Los Picos de Europa. In de zomer ligt er vaak nog sneeuw maar helaas is dat vanaf zee niet goed te zien.
De dorpen en steden aan deze kust liggen veelal aan mondingen van rivieren (Ríos) die uit de bergen naar zee stromen. Onze eerste stop is San Vicente de la Barquera, gelegen aan een soort binnenzee of Ria waarin verschillende kleine rivieren samenkomen. Het is een prachtige baai, het midden valt bij laag water droog, de romaanse bruggen verbinden de verschillende oevers met elkaar en met het achterland is heuvelachtig en groen en verderop zie je de ruige toppen van de Picos. Het is ook een veilige haven, als je eenmaal binnen bent tenminste. Gelukkig voor ons in deze weersomstandigheden geen probleem, het waait net hard genoeg om te kunnen zeilen en de golven vormen geen belemmering.


Het is prima vertoeven in San Vicente. Het dorp heeft goede visrestaurants, winkels, een markt en lekker ijs en begint zo ongeveer in de kleine haven waar we één van de twee beschikbare ligplaatsen voor passanten bezetten. De andere is voor zeilboot Moana met Karina en Thomas aan boord. Hen hebben we ‘leren kennen’ op de golf van Biskaje maar hadden geen idee wie het waren. We hebben we 24 uur lang op minder dan 10 mijl afstand van elkaar dezelfde route over de woelige Biskaje gevaren en elkaar via de AIS in de gaten gehouden. Toen we elkaar in de haven van Santander in het echt tegen kwamen was er al een innige band. Beiden hebben we de hele nacht het gevoel gehad niet helemaal alleen geweest te zijn, er was nog een zeilboot onderweg. Vreemd hoeveel troost er van zoiets uitgaat op lastige momenten. Thomas (Moana) had kort voor zonsondergang op de Biskaje een tonijn van 5 kilo gevangen en zij nodigen ons uit voor een diner van gegrilde tonijn. Wij nemen wijn, salade en zelfgebakken brood mee en het is een heerlijke avond waarin eigen alles klopte en een vriendschap ontstaat. We varen bijna een week deels samen op en nemen afscheid wanneer zij verder moeten vanwege hun planning om naar de Azoren te zeilen.
De volgende stop is Ribadesella: Riba betekent oever, de rivier is de Sella. Een riviermonding met een spectaculaire invaart. Direct achter een enorme rots, vlak voor een ondiepte met een groot zandstrand opent zich een smalle vaargeul langs een stenen muur. We glijden met bijna hoog water en de laatste stroom mee een mijl naar binnen en meren vlak voor de brug over de Sella, aan de steiger van de lokale jachthaven, af. Wij blijven 4 dagen, Thomas heeft ergens op de Biskaje een flinke verkoudheid opgelopen (toch die ijsbeer?) en houdt twee dagen bed.


Na Ribadesella varen we langs de Costa Asturiana en overnachten in Cudillero en Ribadeo. Beiden leuke plaatsen om even rond te wandelen, de zeiltocht langs de kust is prachtig. De noordkust van Spanje is een geliefde plek bij Spanjaarden uit het midden en zuiden van het land om de zomer door te brengen vanwege de relatief koele zomers. Het is dus soms wat ‘toeristisch’ maar zeker geen massatoerisme. Vanuit Ribadeo gaan we langs de noordelijkste kapen van de Spaanse kust: Cabo Estaca de Bares en Cabo Ortegal. Met flinke golven maar niet genoeg wind om te zeilen motoren we het hele stuk om de kapen, er is een flinke depressie op komst en voor die hier aankomt willen we veilig in een beschutte baai liggen.


Die baai is de Ría de Cedeira, een door rotskusten omgeven baai met een leuk dorpje, vissershaven en ankerbaai voor zeiljachten. Onze eerste Ría, een soort fjord, een diepe invaart en baai omgeven door heuvels en rotswanden. We blijven hier in totaal 5 dagen. De storm raast over en houdt ons de derde dag 24 uur lang aan boord. Naar de kant met de bijboot is zelfs in een beschutte baai een riskante onderneming, althans, met onze bijboot. Want hoe blij we ook met haar zijn, ze is niet het schoolvoorbeeld van stabiliteit. We hebben weinig zin om ergens midden in de baai in het water te belanden, het is toch een eind zwemmen naar de kant. Wat ook niet helpt in een onstabiele boot is er met z’n tweeën inzitten. De gewichtsverplaatsingen die de ander maakt geven het gevoel van verlies van controle en aanleiding tot irritatie en onzekerheid. Om ons mooie bijbootje niet in een echtscheidingsbootje te veranderen moeten we dit soort tochtjes dus maar uitstellen tot de rust in de baai en in de boot is weergekeerd.
Wanneer de storm is gaan liggen varen we met een mooie noordwesten wind richting La Coruña: een nieuwe mijlpaal op onze reis! Hier zijn we echt de Biskaje over en komen zeilers uit alle windrichtingen samen. Het is ook gewoon een erg leuke stad: de haven ligt midden in het centrum en omdat het de Fiestas de Maria Pita zijn is het elke avond feest. Maria Pita is de plaatselijke heldin die, eind 16e eeuw, eigenhandig een Engelsman neersloeg tijdens de verdediging van de stad. We blijven er bijna een week, genieten van de muziek, de oude stad, musea, mooie wandelingen, lekkere tapas en de gezellige haven.
Dan is het tijd om het leven aan de steiger achter ons te laten, de Rías in het zuiden moeten nog ontdekt worden. We vertrekken voor een lange zeildag, opkruisend tegen de wind richting Ria de Camariñas 40 mijl zuid-westelijk. We varen langs de Costa da Morte, berucht in vroeger tijden vanwege verraderlijke rotsen maar nu met de GPS goed te doen. De wind blaast als is voorspeld niet harder dan 5 Bf. Na 12 uur grotendeels opkruisen tegen de wind, zeilen we de Ría in en gaan net voorbij het dorp Muxia voor anker. Het is een van de mooiste plekken zover. Prachtige begroeide hellingen boven een rotsige kust, afgewisseld met grote zandstranden waar vrijwel niemand te bekennen is. Helaas pakt ons anker slecht in de met zeegras en planten begroeide bodem. Na 6 keer opnieuw proberen liggen we matig vast. Voor de zekerheid doen we er extra ketting bij, het wordt een rustige nacht en als we ’s morgens wakker worden liggen we op dezelfde plek.



Met vooruitziende blik hadden we vorig jaar al een ander anker (Rocna) gekocht die beter ingraaft in dit soort bodem. Alleen hadden we de tijd er niet voor gehad de aanpassingen te maken deze te installeren op de voorpunt. Dat stond nog op de to do lijst. Nu kunnen we er niet langer omheen. We gaan de haven van Camariñas in, Thomas gaat aan de slag. We zoeken een lasser/ draaier die voor ons een nieuwe boegrol kan maken en dat lukt! Toeval wil dat de lasser uit Las Palmas komt en als blijkt dat Erica in het verleden met zijn vader heeft gewerkt in het Hospital Materno Infantil is de boegrol in plaats van over een week binnen een uurtje klaar!

Om het meteen in stijl te testen varen we de volgende dag rond Cabo Finisterre, de meest westelijke punt van het Spaanse vasteland en laten het glimmende anker zakken voor het prachtige zandstrand achter deze beruchte kaap. Op naar de Rías Bajas!
Sailing Luna around Cabo Finisterre


Geef een reactie op Erica Reactie annuleren