Het is donker op zee. Soms zie ik in de verte navigatielichten van scheepvaart, allemaal op gepaste afstand. Op ons navigatiescherm verschijnen de betreffende boten met naam, koers en snelheid. Dan opeens zie ik een rood licht, het lijkt wel een toplicht van een zeilboot, maar daarna is het weer weg om even later weer zichtbaar te worden. Even duurt het voor het kwartje valt: het is lava! Ik zie een uitbarsting van een vulkaan, live vanaf onze Luna.

Speciaal hiervoor zijn we de middag ervoor, vanuit Camarote in het zuidwestelijke deel van de Italiaanse laars, richting de Eolische eilanden noordelijk van Sicilië vertrokken. Het eerste eiland, Stromboli, is een actieve vulkaan, de lava uitbarstingen zijn continue, niet groot (meestal), met een frequentie van tussen de 5 en 20 minuten. Als we rond 4 uur ’s morgens in het donker de vulkaan naderen is het eerste wat ik zie dus iets wat op een rood licht lijkt. Gelukkig is Thomas ondertussen ook wakker geworden. Pas als we dichterbij komen wordt het duidelijker: onder genot van een kop thee aanschouwen we, vanuit onze eigen kuip het spektakel dat de Stromboli biedt. Kleine en grotere lavastromen wisselen elkaar af! Je kunt hier een excursie voor boeken vanaf Milazzo aan de Siciliaanse noordkust. Wij voelen ons voor de zoveelste keer bevoorrecht dit allemaal zelf te kunnen plannen, uitvoeren en meemaken. Hoewel we het in Italië, in deze hete zomermaanden voor ons gevoel soms niet cadeau krijgen.
In ons vorig blog schreven we al over de hoge temperaturen en de beperkingen daardoor. Van de boot af gaan, behalve om te zwemmen, is eigenlijk al sinds half juli door de hitte geen aangenaam tijdverdrijf meer. In de praktijk komt het er op neer dat we de afgelopen weken van ankerplek naar ankerplek zijn gezeild (als er tenminste wat wind was) en daar, behalve een duik in het verkoelende water van rond de 30 graden, de kustlijn hebben bewonderd. De stranden, dorpen en wandelpaden hebben we vaak gelaten voor wat ze zijn. Langs de kust van Sardinië is het prachtig, het water is kraakhelder, de kusten ruig en de rotsformaties indrukwekkend. Op de plekken waar we ankeren is soms een strand of dorp maar daar naartoe gaan is alleen leuk in de uren rond zonsopgang of -ondergang. Vaak zien we af van die excursies, de bijboot blijft aan dek, we zwemmen een stuk, soms tot aan het strand, en genieten van het uitzicht en de zonsondergang vanaf het voordek. Een probleem wat zich ook vaker voordoet in Italië is dat je met je bijboot niet op het strand mag landen. De stranden zijn ‘verhuurd’ aan uitbaters die er stoelen en parasols verhuren en die willen geen bijboten binnen de zwemboeien en op hun strand. Met het vaargedrag van de gemiddelde bijbootkapitein hebben wij daar alle begrip voor maar helaas is ook ons langzame, met riemen of elektromotor voortgestuwde bakje, niet toegestaan. In de havens is vaak ook geen plek voor bijboten en de weerstand tegen ankerende yachties is voelbaar. Een plek in de haven voor Luna is in de maand augustus met nog eens 50% gestegen. Als de (inkoop- en water-) nood hoog is zoeken we een enigszins betaalbare plek, maar onder de 80 euro per nacht is er niets. Op een van de laatste eilanden die we aandoen kost het zelfs 285 euro per nacht (voor een boot onder de 12 m!) een 4-sterrenhotel is goedkoper! Vanzelfsprekend hebben we geankerd.
Eind juli besluiten we vanaf Cala Luna aan de oostkust van Sardinië, na de 4e onrustige ankerplek veroorzaakt door deining die continue op deze prachtige kust staat, dat we toch liever een eiland opzoeken met iets meer beschutte ankerplekken. We maken een nachtelijke oversteek naar de Pontijnse eilanden in de Tyrreense zee, iets zuidelijk van Rome voor het Italiaanse vasteland. We vinden een beschutte ankerbaai ten zuiden van het eiland Ponza waar we een aantal dagen verblijven en de mogelijkheid hebben om aan land te gaan in het mooie maar overvolle stadje. We vinden er zelfs een nieuwe startaccu want onze 9 jaar oude accu overlijdt hier, bij een temperatuur van zo’n 35 graden, plotseling en zonder enige waarschuwing vooraf. Zeilvrienden Bert en Donna met hun Galu Galu, die we een jaar geleden in La Coruña voor het eerst ontmoeten, zijn ons vanaf Sardinië gevolgd en we hebben weer tijd om bij te kletsen, te buurten en samen te barbecueën. Als we voor de zoveelste keer afscheid nemen vragen we niet meer of we elkaar weer zullen zien, ergens komen we elkaar altijd weer tegen!




Na een paar dagen gaan we ankerop richting het volgende eilandje: Ventotene. Omdat het niet zo ver is en het weer rustig, besluiten we de bijboot mee te slepen aan een lange lijn. Dat gaat redelijk goed. Voordeel is dat we bij aankomst zonder veel gedoe naar de kant kunnen op dit kleine vulkanische eilandje, wat beslist ook de moeite waard blijkt! Leuke haven, gezellig stadje en lekker ijs! Na een onrustige nacht met meer wind, stroming en een flinke deining uit verschillende richtingen, gaan we bij zonsopgang weer verder richting het eiland Ischia en van daaruit door naar het Italiaanse vasteland. We zijn zo ondertussen toe aan het bijvullen van de dieseltank en ook de bodem van de watertank is in zicht! We laten de havens van Napoli, Sorrento en Positano links liggen hoe graag we die ook zouden willen bezoeken. De hitte en de kosten van de havens nodigen geen van beiden uit tot stedentrips!
We zetten koers naar het stadje Acciarole waar we bij aankomst voor de dieselpomp afmeren. Het is ondertussen acht uur ‘s avonds en bijna donker, er is niemand meer en we krijgen geen gehoor bij de havenautoriteiten. We besluiten hier te blijven tot de volgende ochtend en vinden een waterslang waarmee we de watertank vullen. Met 400 liter kunnen we weer ruim 10 dagen vooruit. Na een goede nachtrust verschijnt om 8.30 eindelijk een medewerker van de haven die ons vertelt dat de diesel op is en pas in de middag weer bijgevuld wordt. En of we willen vertrekken want dit is geen havenplek. Geen probleem: Arrivederci i grazie mille en we zetten koers naar Camerote, 20 mijl zuidelijker waar gelukkig wel diesel beschikbaar is. In de haven van Camerote zijn ook gratis gemeentelijke havenplekken beschikbaar voor maximaal 3 nachten. Dit was vroeger in vrijwel alle Italiaanse havens mogelijk maar nu zijn die plekken meestal geprivatiseerd en dure marinas geworden. De Guardia Costiera komt snel langs om ons te wijzen op de meldplicht op hun kantoor, met alle documenten van de boot en de certificaten van bekwaamheid van ‘il capitano’! Gelukkig voldoen zowel de bootpapieren als de kapitein aan alle eisen! We liggen hier prima, ons eigen anker hebben we 30 meter vanaf de kade laten zakken en zijn achterwaarts naar de kant gevaren waar we Luna met 2 achterlijnen vastleggen en zo van het achterschip op de kade kunnen stappen. Direct achter de kademuur is een strand (met heel veel ligbedden en parasols) waar we kunnen zwemmen. Het enige nadeel is de stranddisco die om 23 uur begint en tot de kleine uurtjes doorgaat. Dankzij oordopjes en reeds opgetreden immuniteit voor herrie lukt het steeds beter om onverstoord door te slapen. We vullen de voorraden weer aan en na een paar dagen zetten we koers naar de Eolische eilanden om voor zonsopgang bij de actieve vulkaan van Stromboli aan te komen.



Dachten we dat het bij Ponza druk was; de Eolische eilanden zijn in augustus topdrukte! Overvolle ankerplaatsen houden ons de hele dag aan boord om het steeds wisselend panorama van boten die hun anker het liefst zo dicht mogelijk naast dat van Luna leggen in de gaten te houden. Activiteiten als lezen en luieren zijn er niet meer bij. Continue alert zijn, de hitte, weinig eten en slecht slapen doordat de temperatuur binnen in de boot tot bijna 40 graden is gestegen en ‘s nachts niet meer onder de 30 graden komt , eisen hun tol. Met de kaart, plotter en passer maken we een plan om houvast te krijgen. We hebben nog 10 zeildagen te gaan tot Licata, Zuid-Sicilië, waar we vanaf eind augustus een havenplaats hebben geboekt voor langere tijd. De huurders van ons huis in Groningen hebben opgezegd en wij hebben besloten een poosje terug te gaan om het huis waar nodig op te knappen en verkoopklaar te maken. En het koele noorden is aantrekkelijker dan ooit!
Vanaf Panarea vertrekken we voor eerste van 10 zeildagen naar het eiland Volcano en vervolgens Cabo Orlando aan de noordkust van Sicilië. Van daaruit westwaarts, in dagtochten van gemiddeld 30 mijlen via Palermo naar Cabo San Vito aan de noordwestpunt van het eiland. Soms blijven we waar het mooi en rustig is een dagje hangen. Door naderend onweer besluiten we vanaf het eiland Favignana aan de westkant in één tocht de resterende 100 mijlen naar Licata door te varen. Daar parkeren we Luna half augustus in haar nieuwe ligplaats en nemen de tijd om haar geheel binnenste buiten te keren voor een eenzame rustperiode in Licata. Ciao Bella Luna, Ciao!



Geef een reactie op Eefje Reactie annuleren